PERSBERICHT: Aantal nieuwe hiv-diagnoses in 2020 opnieuw gedaald

Met 411 nieuwe hiv-diagnoses in 2020 ligt Nederland goed op koers om de drie doelen uit het Nationaal Actieplan soa, hiv en seksuele gezondheid te halen. Een halvering van het aantal nieuwe hiv-diagnoses in 2022 ten opzichte van 2015 (toen 894), is in 2020 zelfs al gerealiseerd. Het tweede doel, dat stelt dat 95% van de mensen met hiv hun status kent, 95% van hen met behandeling is gestart en 95% van die groep een onmeetbaar laag virus heeft, is nagenoeg bereikt. Voor 2020 zijn deze percentages resp. 93%, 94% en 95%; bij mannen die seks hebben met mannen (MSM) is het doel met drie keer 96% al gerealiseerd. Met 13 mensen die in 2020 zijn overleden aan aids is ook het derde doel, nul doden door aids in 2022, in zicht. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van stichting hiv monitoring (SHM), uitgebracht in de aanloop naar Wereld Aids Dag op 1 december. De rapportage gaat over data tot en met 2020.

‘Onze cijfers schetsen een positief beeld, zeker omdat we met 411 nieuwe hiv-diagnoses het eerste doel van het Nationaal Actieplan al hebben gerealiseerd. Maar om daadwerkelijk nul nieuwe diagnoses in Nederland te bereiken en ervoor te zorgen dat niemand aan de gevolgen van aids overlijdt, is nog een moeilijke weg te gaan. Het blijkt lastig om bepaalde groepen te bereiken, zodat die op een eerder moment op hiv kunnen worden getest’, aldus prof. Marc van der Valk, bestuurder van stichting hiv monitoring. ‘Het jaar 2020 was als gevolg van de COVID-19-pandemie een ongewoon jaar. In de komende jaren zal moeten blijken wat de werkelijke invloed van COVID-19 op de hiv-epidemie in Nederland is geweest. We zijn blij dat uit onze data in ieder geval blijkt dat de kwaliteit van zorg voor mensen met hiv niet onder de maatregelen heeft geleden, en dat ook COVID-19 niet opvallend anders verloopt bij mensen met een goed behandelde hiv-infectie dan bij mensen zonder hiv.’

SHM plaatst bij het aantal nieuwe hiv-diagnoses in 2020 een belangrijke kanttekening. Als gevolg van de lockdowns door COVID-19 en een om die reden gewijzigd testbeleid bij centra voor seksuele gezondheid (CSG’s) en huisartsen is in 2020 minder op hiv en soa’s getest.

Eind 2020 waren er naar schatting 24.000 mensen met hiv in Nederland, van wie 1.640 nog niet gediagnosticeerd en 21.155 op dat moment nog in zorg waren (21.003 volwassenen en 152 kinderen).

Het aantal nieuwe hiv-diagnoses bij MSM daalt al een aantal jaar, van 577 in 2015 naar 258 in 2020, mede door preventie-inspanningen door en gericht op deze groep. Hiernaast is in Nederland sinds medio 2019 de hiv-preventiepil (PrEP; medicatie om een hiv-infectie te voorkomen) beperkt beschikbaar. De grotere daling van het aantal nieuwe diagnoses onder MSM (de groep die met name in aanmerking komt voor PrEP) dan onder niet-MSM sinds 2015 kan ook worden verklaard door vaker testen en/of doordat in 2015 de behandelrichtlijn is veranderd. Daardoor wordt steeds eerder met behandeling gestart. Iemand met een behandelde hiv-infectie kan het virus namelijk niet meer overdragen.

In 2020 werd gemiddeld 14 dagen na het eerste bezoek aan een hiv-polikliniek begonnen met medicatie terwijl dat in 2015 nog 21-30 dagen was. Hiv-medicatie onderdrukt het virus in het bloed (ondetecteerbaar), waardoor het niet langer kan worden overgedragen.

Helaas laten de cijfers van dit jaar ook zien dat de groep mensen met een vergevorderde hiv-infectie weliswaar in aantal afneemt, maar procentueel hoog blijft (rond 50% van de nieuwe diagnoses). Blijkbaar slagen zorgverleners er onvoldoende in om de groep zogeheten late presenters te bereiken, zodat op een eerder moment op hiv getest had kunnen worden.

De COVID-19-pandemie lijkt, ondanks een verschuiving van fysieke naar online of telefonische consulten, nauwelijks een effect te hebben gehad op de kwaliteit van zorg van mensen die leven met hiv in Nederland. Ook lijkt COVID-19 zich niet opvallend anders te uiten bij mensen met een goed behandelde hiv-infectie. Wel ziet SHM een hoger risico op een ernstig beloop van de infectie bij mensen met hiv met een lage weerstand en bij mensen met meerdere comorbiditeiten. In 2020 zijn 19 mensen met hiv aan COVID overleden.

Ga voor het volledige rapport en een samenvatting naar: www.hiv-monitoring.nl

Het Nationaal Actieplan soa, hiv en seksuele gezondheid is te vinden op:
www.rivm.nl/documenten/nationaal-actieplan-soa-hiv-en-seksuele-gezondheid

De Thermometer Seksuele gezondheid is te vinden op:
https://www.rivm.nl/documenten/thermometer-seksuele-gezondheid-november-2021

Een reactie van Soa Aids Nederland is te vinden op:
www.soaaids.nl/nl/professionals/nieuws-en-standpunten/nieuwsbericht/hivpreventiepil-prep-onvoldoende-benut

Een reactie van de Hiv Vereniging is te vinden op:
www.hivvereniging.nl/shm2021

 

Additionele data:

  • Het aantal nieuwe hiv-diagnoses in Nederland in 2020 is 411. De meerderheid (63%) van deze nieuwe diagnoses wordt gevonden bij mannen die seks hebben met mannen (MSM). In 29% van de gevallen betreft het overdracht door heteroseksueel contact; bij 8% van de nieuwe diagnoses is sprake van een andere of onbekende transmissiewijze.
  • In 2020 heeft 33% van de MSM met een hiv-diagnose minder dan een jaar daarvoor hun hiv-infectie opgelopen in tegenstelling tot 8% bij andere risicogroepen.
  • Naar schatting leven er 10.370 (43%) mensen met hiv in de vier grootste steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht). Van deze groep zijn er naar schatting 560 nog niet gediagnosticeerd.
  • 26% van alle nieuw gediagnosticeerde mensen in 2020 was op het moment van diagnose 50 jaar of ouder.
  • De resultaten voor kinderen met hiv die worden behandeld in een hiv-behandelcentrum zijn over het algemeen gunstig: 97% van de kinderen onder de 18 jaar heeft geen aantoonbaar virus in hun bloed. Rond de leeftijd van 18 jaar gaan ze echter een periode in hun leven in waarin langdurige therapietrouw uitdagender wordt. Dat blijkt uit een groter aandeel van deze jongvolwassenen (ongeveer 20%) met een detecteerbaar virusniveau in hun bloed op het moment dat zij overgaan naar een hiv-behandelcentrum voor volwassenen.
  • Als gevolg van de landelijke vrijwillige hiv-screening voor zwangeren tijdens het eerste trimester van de zwangerschap en het hoge percentages succesvolle behandeling bij vrouwen met hiv, is het tegenwoordig in Nederland zeer zeldzaam dat een moeder hiv doorgeeft aan haar kind.
  • De meerderheid van de mensen die naast hiv ook een infectie met het hepatitis C-virus (HCV) hadden, is nu succesvol behandeld met de beschikbare combinaties van direct werkende antivirale middelen (DAA's) tegen HCV. Van degenen die de DAA-behandeling hebben voltooid en voldoende lang zijn gevolgd om het effect van de behandeling te meten, was 97% genezen van hun HCV-infectie. Derhalve lijkt micro-eliminatie van HCV in zicht bij mensen met hiv.
  • Een succesvolle behandeling van HCV kan verdere overdracht van HCV voorkomen, zoals de sterke afname van de incidentie van nieuw verworven HCV-infecties en herinfecties doet vermoeden. Er worden echter nog steeds nieuw verworven primaire HCV-infecties gemeld, evenals herinfecties na een succesvolle behandeling van een eerdere infectie. Dit wijst op voortdurende overdracht van HCV en versterkt de behoefte aan aanvullende interventies om de overdracht van HCV verder te verminderen.​​​​

Newsletter Sign up