Nieuwe onderzoeken bevestigen: sociale ongelijkheid vergroot zowel het risico op hiv als de kans op slechtere zorguitkomsten

In aanloop naar Wereld Aids Dag brengt Stichting hiv monitoring (SHM) onderstaand persbericht uit naar aanleiding van twee recente publicaties in Lancet Regional Health Europe en Nature Communications .

Twee recente Nederlandse studies van Stichting hiv monitoring bevestigen dat sociale omstandigheden een grote rol spelen in hiv-preventie en -zorg. Niet alleen gedrag, maar ook economische factoren, migratieachtergrond, en leefomstandigheden bepalen wie risico loopt op hiv én wie succesvol behandeld wordt. De bevindingen benadrukken de noodzaak om preventieve maatregelen en zorg te optimaliseren voor sociaal-economisch kwetsbare groepen, waaronder mensen met een migratieachtergrond en mensen die in armoede leven.

De eerste studie, gepubliceerd in Lancet Regional Health, is gebaseerd op gegevens van Stichting hiv monitoring, die data van 98% van de mensen met hiv in Nederland verzameld, gecombineerd met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Uit deze studie blijkt dat mensen met een inkomen onder de armoedegrens, een eerste generatie migratieachtergrond en mensen die mentale gezondheidszorg gebruiken een duidelijk hogere kans hebben op een nieuwe hiv-diagnose.

Dr. Vita Jongen, senior onderzoeker bij Stichting hiv monitoring en epidemioloog bij GGD Amsterdam, eerste auteur van het onderzoek, benadrukt: "Onze bevindingen tonen aan dat sociale kwetsbaarheid, zoals een laag inkomen of het gebruik van geestelijke gezondheidszorg, een cruciale rol speelt bij het verhoogde risico op hiv. Deze bevindingen leiden er hopelijk toe dat hiv-preventie campagnes in Nederland sociale kwetsbaarheden mee zouden moeten nemen en  zich niet alleen moeten richten op traditionele risicogroepen voor hiv.”

In een tweede studie onder meer dan 21.000 mensen met hiv, gekoppeld aan CBS-gegevens, toonden we aan dat armoede een belangrijke rol speelt bij het niet bereiken van twee cruciale mijlpalen in de hiv-zorg: het onderdrukken van het virus en het blijven deelnemen aan zorg. Bij mannen die seks hebben met mannen (MSM), heteroseksuele mannen en vrouwen werd vastgesteld dat armoede sterk samenhing met het niet hebben van een onmeetbare hoeveelheid virus in het bloed en het niet deelnemen aan zorg. Bij mannen die seks hebben met mannen werd een lagere opleiding en een tweede generatie migratieachtergrond ook gekoppeld aan een detecteerbare virale lading.

Zelfs binnen het Nederlandse systeem met verplichte zorgverzekering en universele toegang tot zorg, kan niet iedereen hier even goed van profiteren en blijven sociale omstandigheden de grootste voorspeller van minder goede toegang tot zorg.

Prof. dr. Marc van der Valk, bestuurder van de Stichting hiv monitoring en internist aan het Amsterdam UMC, voegt toe: "De resultaten van deze onderzoeken bieden niet alleen waardevolle inzichten in de sociaaleconomische determinanten van het risico op hiv, maar benadrukken ook het belang van een gerichte benadering van zorg. We moeten ook de zorgverlening afstemmen op de specifieke behoeften van deze kwetsbare groepen om zo de effectiviteit van hiv-zorg te verbeteren en ervoor te zorgen dat niemand buiten de boot valt."

Waarom deze twee studies samen belangrijk zijn​​​​​​: volgens de onderzoekers biedt dit uitgebreide onderzoek belangrijke handvatten voor de verbetering van hiv-zorg en preventie. “Onze bevindingen laten zien dat we hiv-preventie en zorg niet alleen vanuit medisch perspectief moeten benaderen, maar juist meer aandacht moeten geven aan de sociaal-economische omstandigheden van de mensen die het meest kwetsbaar zijn. Met deze gerichte aanpak kunnen we verdere vooruitgang boeken richting nul nieuwe hiv-infecties in Nederland en het beschikbaar houden van hiv zorg voor iedereen,” aldus Jongen.