Louise van Deth: naar een aids-vrije wereld in 2030

Louise van Deth.jpgSinds 1 juni 2016 is Louise van Deth niet alleen directeur van STOP AIDS NOW!, maar verantwoordelijk voor de gehele stichting Aids Fonds-STOP AIDS NOW!-Soa Aids Nederland. Na het aftreden van directeur Ton Coenen is ze nu gekozen als enige directeur van de drie samengevoegde organisaties. We spraken haar over haar nieuwe rol en haar blik op het aanpakken van de epidemie in Amsterdam en Nederland en het bereiken van het grote, wereldwijde doel: een aids-vrije wereld in 2030.

Gefeliciteerd met uw nieuwe functie als directeur. Hoe is uw rol binnen het Aids Fonds-STOP AIDS NOW!-Soa Aids Nederland veranderd?
Toen ik begon als directeur van STOP AIDS NOW! was het nog een aparte organisatie. De drie organisaties, Aids Fonds, STOP AIDS NOW! en Soa Aids Nederland, zijn sinds 1 januari 2013 al gefuseerd en toen is het zo gegroeid dat Ton Coenen en ik samen de directiefunctie deelden. Ondanks dat het drie verschillende merken zijn, werken ze veel samen. Daarom nemen we binnen de organisatie al een tijdje niet meer het merk als uitgangspunt, maar kijken we naar het soort werk dat we doen. Het vertrek van Ton was het moment dat we hebben gezegd: nu is het misschien wel logisch en efficiënt om verder te gaan met één directeur.

Mijn werk is sinds de fusie met de andere twee organisaties wel veranderd. Vroeger werkte ik voornamelijk internationaal, maar ik vind het erg leuk om nu zowel op het nationale als het internationale gebied te werken. Het is mooi om die verbinding te hebben en om Nederland als voedingsbodem te gebruiken voor het internationale werk, maar ook de internationale ervaring Nederland in te kunnen brengen. Deze kruisbestuiving vind ik heel belangrijk.

Wat gebeurt er nu zoal in het hiv/aids-veld?
We hebben met zijn allen een wereldwijd doel gesteld: het einde van aids in 2030. Met het einde van aids bedoelen we dan dat er geen mensen meer dood gaan aan aids, dat er geen nieuwe hiv-infecties meer bij komen en dat iedereen die leeft met hiv goede toegang tot zorg heeft en de juiste behandeling krijgt. Ook vanuit onze stichting werken we hard om dit doel te bereiken binnen Nederland en de rest van de wereld. Het is bemoedigend om te zien dat er overal wat gedaan wordt om dit doel te bereiken. Zo is in 2014 het fast-track cities initiative in het leven geroepen, waarmee steden de middelen en de ondersteuning krijgen die nodig zijn om hun strijd tegen aids te voeren en hiermee versneld bepaalde doelen nog vóór 2020 te bereiken. Amsterdam is hier ook bij aangesloten met het H-TEAM-initiatief. Met dit initiatief worden de krachten van alle betrokken stakeholders gebundeld om het aantal nieuwe hiv-infecties terug te dringen. En dat is ook wel nodig, want nog steeds worden er in Nederland ieder jaar 1000 nieuwe infecties geconstateerd. Als ik kijk naar andere landen denk ik dat we met het H-TEAM een unieke aanpak hebben, die exemplarisch is voor hoe wij de hiv/aids-epidemie in Nederland aanpakken.

Wat willen jullie in Nederland nog gaan doen om de epidemie aan te pakken?
Een van de dingen waar we ons naast het H-TEAM voor inzetten is het beschikbaar stellen van PrEP in Nederland. Ik vind dat de hiv-preventiepil beschikbaar moet komen in Nederland, punt. Het is al beschikbaar in Frankrijk, in de VS en in Kenia; Nederland is er echt te langzaam mee. We moeten PrEP ook niet gebruiken in plaats van, maar als aanvulling op het preventiepakket dat er nu is en daarom moet het wat mij betreft dit jaar nog beschikbaar komen. Daarvoor zijn we nu veel druk aan het uitoefenen bij de minister van VWS en de farmaceuten.

Voor het bestrijden van de epidemie zie ik ook veel mogelijkheden in het gebruik van data; dan heb ik het over open data en big data. Het inzetten van deze data zal niet alleen waardevol kunnen zijn om beter te kunnen bepalen hoe we ons geld moeten inzetten, maar ook om meer te weten te komen over welke mensen nu precies risico lopen, wat het risicogedrag veroorzaakt, hoe je daar zo snel mogelijk bij kan zijn en hoe je -wat de droom van Joep Lange was- mensen heel vroeg kan opsporen, ze meteen op behandeling kan zetten en kijken of ze misschien wel na twee jaar weer van de behandeling af kunnen als een soort functional cure. Ondanks dat het gebruik van big data ontzettend ingewikkeld is vanwege onder andere de privacy, denk ik dat we er wel waanzinnige slagen mee kunnen slaan.

Wat zijn de grootste internationale uitdagingen die jullie tegenkomen in het streven naar een aids-vrije wereld?
Voor het bereiken van dit doel zijn de komende 5 jaar ontzettend belangrijk: dan moet het gaan gebeuren. We weten uit verschillende berekeningen dat als de curves in de komende 5 jaar niet naar beneden gaan, dat de epidemie weer uit de hand gaat lopen. Dat de cijfers van UNAIDS, die op 31 mei j.l. verschenen, lieten zien dat er voor het eerst in 20 jaar het aantal nieuwe infecties niet verder is afgenomen vind ik daarom erg zorgelijk. Dit heeft te maken met ongelijkheid, stigma, discriminatie en politieke keuzes. Oost-Europa is daar een goed voorbeeld van, want de situatie is daar op dit moment dramatisch. De epidemie concentreert zich daar onder drugsgebruikers, sekswerkers en hun partners, die nauwelijks toegang hebben tot zorgfaciliteiten omdat ze zich onveilig voelen en gediscrimineerd worden. Dan denk je wel nog een keer na voordat je je laat testen. Dit soort problemen zullen we in de komende 5 jaar moeten aanpakken als we het doel willen bereiken.

Onlangs was u aanwezig bij de UN High-level meeting on HIV/AIDS in New York, hoe is die verlopen?
Tijdens de UN High-Level Meeting on HIV/AIDS is er door 193 landen een verklaring getekend met nieuwe afspraken voor de komende 5 jaar, die nodig zijn om samen het doel te bereiken. Er valt echter nog wel wat af te dingen op deze verklaring, want er zit nog een groot verschil tussen de conservatieve en progressieve landen die zich hebben verbonden aan de verklaring. Waar de verklaring  voor het ene land niet ver genoeg gaat, gaat hij voor het andere land weer te ver. Daardoor kom je altijd op een compromis uit. Minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gaf tijdens de meeting al aan dat ze graag had gezien dat de verklaring  verder zou zijn gegaan; we hebben namelijk de medicijnen en we weten wat we moeten doen om hiv/aids te bestrijden. Er blijven echter landen die dit toch tegenwerken. Zo wil Rusland zich bijvoorbeeld niet houden aan de paragrafen uit de verklaring die onder andere gaan over key populations en over harm reduction, het beperken van de gezondheidsschade bij druggebruik. In sommige landen van Oost-Europa doet men gelukkig juist wel weer zijn best, want Boekarest is bijvoorbeeld een van de fast-track cities. Vanuit daar proberen we toch te kijken wat er voor dat gebied wel werkt en hoe we verder kunnen. Daarnaast proberen we door te lobbyen in landen als Oekraïne ze zo ver te krijgen dat zij hun inzet gaan vergroten, zodat we het doel voor 2030 kunnen halen. Want ook hen hebben we daarbij nodig.