Kennismaken met nieuwe SHM-onderzoeker Sonia Boender

Sonia Boender.jpgKan je ons iets vertellen over je achtergrond?
Na mijn studie Gezondheidswetenschappen heb ik de master-opleiding Gezondheidswetenschappen met de specialisatie infectieziekten en volksgezondheid afgerond aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Tijdens mijn master heb ik een onderzoeksstage gedaan bij PharmAccess over barrières bij toegang tot hiv-zorg bij kinderen in Oeganda, en zo is mijn interesse in hiv ontstaan. Ik vind het heel interessant om te kijken naar de relatie tussen gezondheid en de maatschappij. Hiv is hier een heel goed voorbeeld van; dankzij veel politieke inzet, donorgelden en activisme zijn er hiv-behandelingen beschikbaar gekomen in Afrika.

Na mijn master heb ik Internationale volksgezondheid gestudeerd aan de Liverpool School of Tropical Medicine, omdat ik me verder wilde ontwikkelen in de internationale volksgezondheid. Hierdoor heb ik me gespecialiseerd op twee gebieden: bij de een ga ik uit van de infectieziekte, bijvoorbeeld hiv, en bij de ander ga ik uit van het probleem, bijvoorbeeld kindersterfte. Nadat ik beide invalshoeken had bestudeerd, ben ik aan mijn promotietraject begonnen.

Je bent vorige maand gepromoveerd. Wat hield je promotie-onderzoek in?
Het onderzoek deed ik binnen twee cohorten over volwassenen en kinderen op hiv-behandeling in zes landen, de PanAfrican Studies to Evaluate Resistance (PASER) en Monitoring Antiretroviral Resistance in Children (MARCH). Mijn promotie-onderzoek ging over resistentie bij hiv-behandelingen in Afrika, zowel bij kinderen als bij volwassenen. Ik onderzocht het langetermijneffect van de toegenomen beschikbaarheid van de hiv-behandeling en de mogelijke resistentie-ontwikkeling die hiermee gepaard gaat. Door de gestandaardiseerde behandeling die wordt gegeven in Afrika en de beperkte laboratorium-diagnostiek die daar beschikbaar is, is het risico op resistentie-ontwikkeling van hiv tegen de behandeling groter.

De belangrijkste bevinding was dat de hiv-behandelingen over het algemeen erg goed werken in Afrika, maar dat het virus met de jaren steeds meer resistentie tegen de bestaande middelen ontwikkelt. Daarom is het belangrijk om de behandeling goed te monitoren en tijdig te switchen naar nieuwe middelen. De resistente hiv kan namelijk ook worden overgedragen naar een niet-geïnfecteerde partner, of van moeder op kind. We zagen dat met name kinderen steeds vaker geïnfecteerd raken met een resistent virus, waardoor de standaard behandeling niet goed werkt. Er ligt nog een uitdaging in het succesvol behandelen van hiv-infecties bij kinderen en adolescenten.

Voor mijn promotie was ik regelmatig in Afrikaanse landen zoals Nigeria, Oeganda en Zuid-Afrika om de klinieken en congressen te bezoeken. Maar veel werk deed ik ook op afstand, een beetje zoals het bij SHM ook gebeurt. Je hebt contact met de hiv-behandelaren in veel verschillende klinieken en kijkt hoe het gaat met de behandeling aan de hand van de verzamelde data. Hierin ligt voor mij ook de uitdaging: in plaats van binnen een clinical trial-opzet te werken, echt de data vanuit de dagelijkse praktijk verzamelen en daar de verbanden in zoeken.

Wat vind je interessant aan het werk bij SHM?
Na mijn promotie was ik nog niet uitgekeken op hiv, ik blijf het een interessant onderwerp door de vele verschillende aspecten. Zoals ik al zei vind ik ook de manier van onderzoeken bij SHM erg leuk, dus met observationele data werken in plaats van binnen een studie-opzet. Ook vind ik het een uitdaging om met grotere datasets te werken. Het was dus een combinatie van het onderwerp en de methodiek, wat mij aansprak aan SHM. Maar het is ook leuk om hetzelfde onderwerp in een andere context, in dit geval in Nederland, te bekijken. Tegelijkertijd is SHM ook veel betrokken bij internationale samenwerkingen, dus het internationale aspect blijft. Daarnaast vind ik het super dat SHM in direct contact staat met het veld, zoals patiëntenverenigingen en het RIVM. Dit is echt een toevoeging aan het doen van alleen het onderzoek.

Waar ga jij je mee bezighouden bij SHM?
In eerste instantie ga ik meewerken aan het jaarlijkse Monitoring Report. Ik ben reeds begonnen met het in kaart brengen van alle behandelingen die er in Nederland beschikbaar zijn. Het is wel interessant om te zien dat het een veel rijker arsenaal is dan in de Afrikaanse landen. Zoals in mijn promotie-onderzoek zal ik kijken naar de uitkomsten van deze behandelingen, de virologische uitkomsten, resistentie en alles wat er verder nog in te vinden is. Nu ik aan het Monitoring Report ben begonnen, merk ik dat er steeds onderzoeksvragen bij mij opkomen die ik mogelijk in de toekomst verder kan onderzoeken.

Je zegt dat het arsenaal aan medicijnen in Nederland veel breder is dan in Afrika. Merk je dat je nu vaak Nederland met Afrika vergelijkt?
Ja, dat doe ik best veel. Je ziet veel verschillen, maar er zijn ook overeenkomsten en dat is leuk om te zien. Wat overeen komt, is dat iedereen overal de meest optimale zorg wil leveren met de middelen en het budget dat voorhanden is. In Nederland zijn echter de behandelingen meer op maat en wordt er veel meer getest. Ook is er in Nederland meer ruimte om te kijken naar comorbiditeiten, dus meer dan alleen hiv. 

Je bent net begonnen met het analyseren van de database. Kan je al wat zeggen over de werkwijze van SHM?
Ja, dat kan ik zeker! Je merkt bijvoorbeeld dat er bij SHM heel grondig wordt gewerkt en dat de kwaliteit van de data erg hoog is. De basis van de database en de databewerking is meer een hoofdonderwerp dan een middel, en dat vind ik erg leuk. Daarnaast vind ik het erg uitdagend dat je hier op een slimmere manier moet coderen. Je wilt dat het onderzoek reproduceerbaar is en dat de codes bij de dataset goed zijn omschreven. Daarbij zijn bij SHM zowel het aantal observaties als het aantal mensen vele male groter en is het lastig om handmatige controles uit te voeren. Je moet dus slim programmeren om automatisch alles te kunnen checken.

Waar zie je jezelf in de toekomst?
Er zijn heel veel dingen die ik interessant vind, dus niet alleen hiv. Het is wel heel erg leuk om te merken dat, nu ik er een tijdje mee bezig ben, ik mezelf steeds verder kan verdiepen en verbreden in het onderwerp. Dit zijn natuurlijk ook dingen die ik zou kunnen vertalen naar andere infectieziekten, zoals hepatitis B en C. Dus dat sluit ik zeker niet uit.

Verder wil ik vooral groeien als epidemioloog. Vanwege het feit dat er steeds meer data beschikbaar komen, vooral nu met komst van de elektronische patiëntendossiers, blijft het een kunst om altijd de juiste vragen te kunnen blijven stellen en die goed en grondig uit te zoeken. Dat is iets waar ik veel in zie, maar dat wil ik wel combineren met de wat zachtere onderwerpen zoals de sociale en psychosociale aspecten. Ik vind het belangrijk dat die er altijd bij betrokken blijven, zodat we niet alleen kijken of iemand wel of niet een pil neemt en wat het effect daarvan is, maar waarom iemand wel of niet een pil neemt, of wel of niet in zorg komt. Die extra dimensie wil ik er graag altijd aan toevoegen.