Focus op onderzoek: een recente publicatie met SHM-data in de spotlight

Future challenges for clinical care of an ageing population infected with HIV: a modelling study’ door Mikaela Smit et al.

Kan je wat over jezelf vertellen?
Ik ben begonnen als bioloog. Daarna ben ik een master gaan volgen in de epidemiologie en ben ik gepromoveerd op dit onderwerp. Tijdens mijn promotietraject werkte ik nauw samen met het ATHENA-cohort, samen met Stichting HIV Monitoring (SHM) en Imperial College London. We bekeken toen de ontwikkelingen van de HIV-behandeling sinds de introductie van antiretrovirale therapie in 1996 en de toekomstige uitdagingen van HIV-zorg. We ontdekte dat het feit dat de HIV-patiënten steeds ouder worden een van de grootste uitdagingen zal gaan worden. Mijn focus in onderzoeken is daardoor voornamelijk gericht op het ouder worden, comorbiditeiten en andere gerelateerde problemen in de HIV-zorg.

Kan je kort de belangrijkste bevindingen uit je laatste publicatie samenvatten?
De belangrijkste conclusie die we uit het onderzoek kunnen trekken is dat de Nederlandse HIV-populatie steeds ouder wordt door de goede behandeling. Een van de gevolgen daarvan is dat we een grote groei gaan zien in de ziektelast van niet-infectieuze leeftijd-gerelateerde comorbiditeiten. Dit zorgt ervoor dat de klinische zorg voor de HIV-patiënt meer gecompliceerd wordt. Niet alleen zullen deze patiënten zich minder goed voelen, ze zullen ook meer medicijnen gaan nemen. Deze medicatie kan verschillende interacties met de HIV-medicatie van de patiënt veroorzaken. De nieuwe, meer dragelijke antiretrovirale medicatie hebben dus de levenskwaliteit en levensverwachting van HIV-patiënten verbeterd, maar deze vooruitgang kan in de toekomst worden gehinderd doordat deze patiënten ingewikkelder zijn om te behandelen. Wat we hieruit kunnen concluderen, is dat we ons hierop moeten voorbereiden. We zullen richtlijnen moet aanpassen en moeten screenen en monitoren om de kwaliteit van zorg te kunnen blijven garanderen.

Wat is er nieuw in dit onderzoek?
Andere groepen hebben eerder modellen ontwikkeld die de demografie van HIV-geïnfecteerde individuen in verschillende voorspelt, zoals Zuiderlijk Afrika en Australië. Er is echter nog geen model ontwikkeld waarin meerdere ziektes zijn meegenomen, waarbij er wordt gekeken naar niet-overdraagbare ziektes en HIV, en de implicaties van deze combinaties op het gebied van polyfarmacie en HIV-behandeling. We zijn de eerste die projecties van de toekomst maken over verschillende belangrijke comorbiditeiten.

In je onderzoek heb je gebruikgemaakt van data uit een Nederlandse cohortstudie. Wat zijn de consequenties van je bevindingen voor de medische zorg van HIV-geïnfecteerde individuen elders in de wereld, zoals Afrika?
De Afrikaanse epidemie is anders dan de Nederlandse. Daar waar in Nederland de epidemie vooral wordt voortgezet door MSM en minder door vrouwen, zijn er in de epidemie in Afrika veel meer vrouwen en kinderen betrokken. Daarnaast zien we ook een jongere generatie HIV-patiënten in Afrika. We verwachten wel dat dezelfde leeftijds-gerelateerde problemen gaan ontstaan in Afrika, gezien de veranderingen in de HIV-epidemie door de enorme toename van behandelingen en therapiebereik. Dit zal echter nog wel op zich laten wachten. Verder zullen er ook meer vrouwen worden aangegrepen door de epidemie, hoewel we nog niet weten hoe groot de impact hiervan zal zijn. Daarbij hebben we in Afrika te maken met een andere setting – het blijft een gebied waar de gezondheidszorg in veel gebieden is ingericht op incidentele zorg van infectieziekten, zorg bij acute symptomen en gezondheidszorg voor moeders. Ze zijn dus niet specifiek voorbereid op het managen van langdurige chronische ziektes.

Kan je ons vertellen waar je nu aan werkt en wat je plannen zijn voor de toekomst?
Momenteel ben ik voornamelijk bezig met het bekijken van dit issue in Afrika. We werken aan een gezondheidszorgmodel waarin we de HIV-epidemie, en co-infecties en comorbiditeiten simuleren, om een idee te krijgen van de patiëntprofielen die gaan ontstaan. Het idee is dat we gaan bekijken of we HIV kunnen gebruiken als middel om toegang te krijgen tot de behandeling van niet alleen HIV, maar ook andere ziekten. Er zitten aanzienlijke kostenvoordelen verbonden aan deze verticale aanpak. Het is een groot project, maar ik ben er erg enthousiast over.

Ben je van plan om terug te komen op het huidige model?
Ja, we zijn benaderd door verschillende groepen die vergelijkbare projecties willen maken in andere Europese landen. In Nederland zijn we momenteel bezig om het bestaande model aan te passen en uit te breiden om de toekomstige last van hart- en vaatziekten onder HIV-geïnfecteerde personen in te schatten. In het bijzonder om beter te begrijpen hoe de last van hart- en vaatziekten gaat veranderen, maar ook om de impact van verschillende primaire en HIV-specifieke interventies te evalueren. Het doel is te zien of en hoe HIV-richtlijnen verder kunnen worden versterkt en verbeterd. Ik vind dit een leuke samenwerking omdat de data van SHM me veel zorg worden gegenereerd, waar –voor mij als modelleur- veel potentie in zit. Ik vind het erg leuk om ermee te werken.