Onderzoek met SHM-data: dr. Casper Rokx

Casper Rokx.jpgDeze zomer is Casper Rokx (Erasmus MC) gepromoveerd met zijn proefschrift genaamd ‘HIV: Treatment and Comorbidity’. De kern van het proefschrift: hoe kan de behandeling van hiv eenvoudiger, effectiever en met minder complicaties? Voor deze studies heeft hij veel samengewerkt met SHM, maar wie is Casper nu, wat heeft hij gedaan en wat gaat hij nog doen?

Je bent net gepromoveerd in het hiv-veld, gefeliciteerd! Hoe ben je daar eigenlijk terechtgekomen?
Aan het eind van mijn studie geneeskunde had ik nog een heel brede interesse. In die periode ben ik uiteindelijk voor een langere periode naar Zambia, Afrika gegaan. In die regio is er sprake van veel hiv-, infectieziekte- en internistische problematiek. Dat is de plek waar de hiv-zorg me greep. Uiteindelijk ben ik toen ik terugkwam in Nederland begonnen als basisarts op de afdeling Interne geneeskunde en gestart met de opleiding tot internist. Vrij snel daarna heb ik ook al gesolliciteerd voor de opleiding tot infectioloog, waar ik nu mee bezig ben. Tijdens mijn opleiding wilde ik graag onderzoek gaan doen, en uiteindelijk kon ik mijn promotie-onderzoek bij dr. Bart Rijnders en prof. Annelies Verbon in het Erasmus MC uitvoeren.

Kan je wat meer vertellen over je promotie-onderzoek?
De kern van mijn proefschrift ging over het vereenvoudigen en de effectiviteit van de hiv-therapie; kan de therapie eenvoudiger en met minder complicaties? Daar vallen verschillende aspecten onder, waaronder de effectiviteit van de eerstelijnstherapie, de veiligheid van behandelaanpassingen en comorbiditeit gedurende de behandeling.

Uit deze studies heb ik een aantal conclusies kunnen trekken. Zo heb ik in één van de studies kunnen aantonen dat je in je eerstelijns-regime moet oppassen voor virologisch falen met lamivudine als je dat combineert met tenofovir en efavirenz of nevirapine. Dit is met name een belangrijke boodschap voor de niet-Westerse landen, waar er een schaarste is in hiv-therapieën. Als tweede hebben we een aantal switch-studies gedaan waarbij patiënten een nieuw regime kregen, waarbij we de klinische veiligheid en effectiviteit van deze veranderingen hebben onderzocht. De veranderingen in de medicatie bleken veilig in onze studies. Als laatste is er van verschillende comorbiditeiten (nierfalen, hart- en vaatziekten en twee hiv-gerelateerde kankersoorten) onderzocht wat de hiv-medicatie doet met het risico op een van deze comorbiditeiten. Zo bleek bijvoorbeeld de hiv-behandeling een beïnvloedbare risicofactor te zijn voor hart- en vaatziekten en nierziektes.

Voor je studies heb je ook data van SHM gebruikt, kan je vertellen welke rol die hebben gespeeld?
Die data zijn voor mijn studies erg belangrijk geweest, essentieel eigenlijk zelfs. Als die data niet hadden bestaan, had ik mijn vragen niet kunnen beantwoorden. Zo is er altijd data beschikbaar over de virale lading, CD4-cellen et cetera. Dit zijn altijd harde getallen die worden gemonitord, dus je hoeft niet te twijfelen aan de correctheid ervan. Het lastige van de data van SHM is wel dat niet alles wordt geregistreerd. Zo had ik bijvoorbeeld data nodig over trombose, maar SHM verzamelde hier geen gegevens over. Wat we wel konden doen, is achterhalen of de patiënten medicijnen hebben geslikt tegen trombose - zo konden we alsnog achterhalen of iemand trombose heeft gehad. Aangezien we aan de start stonden van de studie waarvoor we die gegevens nodig hadden, kon SHM ons helpen om de benodigde data alsnog te verzamelen en op te slaan in de database.

Je promotie-onderzoek is nu afgerond, wat zijn je plannen voor de komende tijd?
Allereerst zal ik mijn opleiding tot internist-infectioloog gaan afronden en ik ben van plan een deel daarvan in het buitenland te doen. Daarna zou ik eigenlijk graag willen werken als internist-infectioloog in Nederland en wie weet ook nog wel in het buitenland. Dat kan in een ander Westers land zijn, maar ik voel me ook nog steeds aangetrokken tot Afrika. Het leuke van Afrika is weer dat je daar echt een verschil kan maken met weinig middelen. Het lijkt me in ieder geval erg leuk om in een top-kliniek te werken, om te zien hoe het er daar aan toe gaat en de zorg voor hiv-positieve individuen verder op me te nemen.

Ook het onderzoeken zal onderdeel blijven van mijn werk. Hierin houd ik me bezig met 2 takken: behandeling en genezing. Als het gaat om de behandeling, onderzoeken we nu de dolutegravir-monotherapie en de effectiviteit daarvan. We willen daarnaast gaan kijken naar nierfunctieherstel als patiënten stoppen met tenofovir disoproxil fumaraat en we gaan door met de IRIS- (immuun reconstitutie inflammatoir syndroom) en trombose-studies. Op het gebied van genezing gaat het om 3 onderwerpen: interveniëren om het hiv-reservoir tijdens de acute hiv-infectie te beperken, het identificeren van mogelijke veelbelovende medicijnen die het reservoir aanpakken en als laatste zullen we uiteindelijk hopelijk gaan starten met klinische trials. In eerste instantie bevat het cure-onderzoek natuurlijk veel laboratoriumwerk, daarom werken we veel samen met collega’s van de biochemie, immunologie en virologie. Ik denk dat de samenwerking tussen deze verschillende velden erg waardevol is in het bereiken van de genezing van hiv. Verder ben ik ervan overtuigd dat er gaandeweg weer nieuwe vragen komen waar we op door kunnen gaan, er valt immers nog genoeg te onderzoeken.

Je houdt je dus ook met de genezing van hiv bezig. Ik ben wel benieuwd naar jouw antwoord op de grote vraag: denk je dat hiv over 10 jaar te genezen is?
Dat vind ik moeilijk om te zeggen, ik kan natuurlijk niet in de glazen bol kijken. Als ik kijk naar wat ook andere experts in het veld zeggen, dan denk ik dat we er nog niet zijn. Het RNA-molecuultje van het virus blijkt ons iedere keer weer te slim af te zijn. Ik denk daarom dat we binnen 10 jaar misschien nog een aantal Berlin-patiënten zullen hebben, maar ik denk dat we nog niet op grote schaal mensen zullen kunnen genezen omdat we nog niet volledig zullen begrijpen hoe we dat moeten doen. Maar je weet het natuurlijk niet, er kan altijd zomaar een doorbraak komen.