Tim Hallett, plenaire spreker tijdens NCHIV, over het ECDC-model en de UNAIDS-schattingen

Tim Hallett.jpgTijdens NCHIV 2015 heeft professor Tim Hallett van Imperial College London gesproken over de rol van wiskundige modellering bij het schatten van de grootte van de wereldwijde HIV-epidemie. Tijdens zijn werk focust prof. Hallett zich op de wiskundige modellering van de wereldwijde HIV-epidemie, kijkend naar surveillance en beleid. Hij is daarnaast ook betrokken bij de UNAIDS-modelleringsprojecten.

Tijdens zijn presentatie op NCHIV heeft prof. Hallett de verschillende methodes die momenteel worden gebruikt voor de schatten van het aantal HIV-infecties uitgelegd. Over de nieuwe modelleringstool van ECDC zegt hij: “Het is altijd leuk als er nieuwe methodes komen, en deze methode heeft veel om aan te bevelen. Bij het maken van schattingen is het belangrijk om te begrijpen waarom verschillende methodes andere resultaten opleveren en daarnaast ervoor te zorgen dat alle onzekerheden zijn meegenomen in de schattingen. Ik denk wel dat de benadering die wordt gebruikt in de ECDC- tool ook buiten Europa meer gebruikt gaan worden”. Prof. Hallett legt uit dat het UNAIDS-modelleringsproject een groot, collaboratief project is, dat is ontwikkeld door een globale referentiegroep. Zij reviewen doorlopend de verschillende methodes die in de wereld gebruikt worden. Nu het nieuwe ECDC-model onlangs gelanceerd is, vroegen we hem of er plannen zijn om het UNAIDS-model te gaan reviewen. Hij vertelt vervolgens dat het model continu wordt geüpdatet. “Momenteel proberen we het model meer gebruik te laten maken van de data die beschikbaar komen, zodat we in staat zijn om antwoord te geven op de vragen die de surveillanceprogramma’s stellen – zoals geografische heterogeniteit in de epidemie.” Volgens Prof. Hallett heeft het gebruik van wiskundige modellen in de schatting voor HIV-populaties  enorme stappen vooruit gemaakt. Hij voorziet dat in de toekomst modellen steeds beter gebruik kunnen maken van een grotere hoeveelheden informatie die worden gegenereerd door surveillancepgrogramma’s. Daarnaast is er volgens hem ok een behoefte is aan meer validatie en het testen van modellen.