SHM focus op onderzoek: de spotlight op een recente publicatie met SHM-data

Daniela Bezemer.jpgRecent is het werk van Daniela Bezemer, evolutionair epidemioloog van Stichting HIV Monitoring gepubliceerd in PLoS Medicine. In samenwerking met de infectieziekten-modelleergroep van Christophe Fraser van Imperial College London, en in het bijzonder met Anne Cori, heeft zij onderzoek gedaan naar HIV-transmissie onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) in Nederland. Voortbordurend op eerder onderzoek, dat uitwees dat er een oplevende HIV-1 subtype B-epidemie is onder MSM in Nederland, werd er naar een antwoord gezocht op de vraag of dit het gevolg is van nieuw-geïntroduceerde of reeds circulerende HIV-stammen. Hiervoor is gebruikgemaakt van fylogenetische en wiskundige analyse met HIV-RNA sequentiedata. Deze data worden verzameld voor vele patiënten om te testen op therapieresistentiemutaties, zodat optimale combinatietherapie (cART) gekozen kan worden. Daniela vertelt over de highlights van haar publicatie en haar plannen voor toekomstig onderzoek.

Kan je kort de belangrijkste bevindingen van je onderzoek samenvatten?
De studie geeft inzicht in de verschillende sub-epidemieën die hebben bijgedragen aan de HIV-epidemie onder MSM in Nederland. Het blijkt dat verschillende sub-epidemieën, die al circuleren sinds de tijd voordat cART in 1996 beschikbaar kwam, nog steeds de belangrijkste bron voor nieuwe HIV-1 subtype B-infecties zijn. Uit de reproductienummers (gemiddeld aantal nieuwe infecties per infectie) van de sub-epidemieën blijkt dat deze zich bleven verspreiden, ondanks dat de gehele HIV-epidemie onder MSM in de jaren 90 afnam. Aangezien de sub-epidemieën zich verder verspreiden onder nieuwe generaties MSM zijn er weinig aanwijzingen dat deze in de nabije toekomst zullen stoppen, ondanks dat steeds meer MSM in een vroeg stadium van infectie worden gediagnosticeerd.

Conceptueel gezien is het interessant om de hele HIV-1 subtype B-epidemie in één figuur te zien. Dit laat bijvoorbeeld de nauwe connecties zien tussen clusters op Curaçao en mensen uit dezelfde regio die in Nederland wonen. Het laat daarnaast ook zien dat het grootste transmissiecluster initieel onder voornamelijk injecterende drugsgebruikers, overgaat in diagnoses bij heteroseksuelen, en maar weinig connecties laat zien met MSM.

Wat is er nieuw in je studie?
We hebben laten zien dat de HIV-epidemie onder MSM in Nederland bestaat uit meerdere sub-epidemieën, waarvan er veel vroeg in de epidemie zijn ontstaan, en waar nieuwe sub-epidemieën aan worden toegevoegd. Er lijken doorlopend nieuwe infecties geïntroduceerd te worden vanuit het buitenland, maar slechts een klein deel hiervan vormen nieuwe epidemieën. Dit komt overeen met de verwachtingen vanuit de epidemiologische theorie: sub-epidemieën ontstaan niet makkelijk, maar eenmaal daar, zijn ze moeilijk te stoppen. Deze studie, die fylogenetische methoden combineert met wiskundige modellering voor het analyseren van uitgebreide HIV-1 subtype B sequentiedata, helpt te begrijpen hoe verschillende sub-epidemieën samen bijdragen aan de HIV-epidemie in Nederland. De analyse suggereert dat de epidemie onder MSM zich verspreidde via een groot aantal sub-epidemieën, waarvan de meeste reeds circuleerden tijdens de jaren 90, voordat het risicogedrag van deze groep toenam.

Wat zijn je plannen voor toekomstig onderzoek?
We zijn begonnen met analyses die inzicht bieden in de transmissie van de niet-B-subtypes in Nederland. Deze worden met name gevonden onder heteroseksuelen uit Sub Sahara Afrika, maar we vinden ook sub-clusters onder MSM van Nederlandse herkomst. De moeilijkere vraag die we willen beantwoorden is in hoeverre heteroseksuelen die oorspronkelijk uit Sub Sahara Afrika komen geïnfecteerd worden in Nederland.