Nieuwe onderzoeker bij SHM: Ferdinand Wit

Ferdinand Wit.jpgIn september van het vorige jaar hebben we bij Stichting HIV Monitoring afscheid moeten nemen van onderzoeker Luuk Gras. Als vervanger van hem hebben we in Ferdinand Wit de ideale toevoeging voor het analyse-team gevonden. We hebben hem geïnterviewd en voelden hem aan de tand over zijn achtergrond, zijn nieuwe werk en zijn motivatie om bij ons te komen werken.

Kan je wat vertellen over Ferdinand Wit?
Ik ben een arts-onderzoeker en inmiddels 20 jaar werkzaam in het HIV/AIDS-veld. Één dag in de week werk ik als HIV-behandelaar in het AMC, maar de meeste tijd besteed ik aan klinisch en epidemiologisch onderzoek. Tot voor kort was ik te vinden bij het Amsterdam Institute for Global Health and Development (AIGHD), maar sinds november 2015 ben ik bij SHM in dienst als onderzoeker.

Waar komt je interesse voor HIV vandaan?
Dat is in zekere zin toevallig geweest, want ik had het niet van tevoren gepland. Tijdens mijn laatste co-schap kwam ik in 1995 op de toenmalige AIDS-afdeling van het AMC terecht. Met name de patiëntenpopulatie van deze afdeling sprak me erg aan. Ondanks (of juist doordat) het in de tijd voor de effectieve combinatietherapie nog bittere ellende was, voelde ik juist voor deze patiëntengroep de meeste motivatie. Na mijn co-schap op de HIV/AIDS-afdeling vroegen Sven Danner en Joep Lange of ik wilde blijven en promotie-onderzoek wilde gaan doen. Dit was een therapiemonitoring-onderzoek naar de eerste ervaringen met HAART in Amsterdam, wat eigenlijk een voorloper was van het ATHENA-cohort, wat op zijn plaats weer een voorloper is van SHM. En inmiddels zijn we dus 20 jaar verder.

Je bent naast HIV-behandelaar ook onderzoeker. Wat is de reden dat je ervoor gekozen hebt om deze twee werkvelden te combineren?
Van oorsprong ben ik arts, waardoor voor mij HIV en AIDS, maar ook mijn patiënten de belangrijkste motivatie zijn voor mijn werk. Maar tijdens mijn promotie-onderzoek merkte ik dat ik onderzoek doen ook heel leuk vind. Ik heb het geluk gehad dat in het AMC naast patiëntenzorg ook veel klinisch onderzoek gedaan wordt, en dat Joep Lange de meerwaarde inzag van een onderzoeker die daarnaast ook direct bij de patiëntenzorg betrokken is. Daardoor kon ik het klinische werk combineren met onderzoek.  

Het is een bewuste keuze geweest om deze twee werkvelden te blijven combineren. Doordat ik me in beide werkvelden begeef, heb ik vaak bij grote multidisciplinaire onderzoeken een brugfunctie te vervullen tussen de clinici en de epidemiologen/statistici. Omdat ik veel met observationele data werk, zoals data van SHM, is het ook heel nuttig dat je uit ervaring weet hoe het er ‘in de keuken’ aan toe gaat. Ik weet waar de data vandaan komen en ken daarom niet alleen de mogelijkheden, maar ook de beperkingen van observationele gegevens. Voor mijn niet-klinische collega’s hier bij SHM dien ik daardoor nu ook als vraagbaak.

Wat was voor jou de reden om bij SHM te komen werken?
Ik werk al een hele tijd met data van SHM en dat heb ik altijd erg leuk gevonden. Praktisch gezien was het alleen soms lastig om met de data te werken aangezien ik altijd moest zorgen dat er voor een dergelijk project financiering was. Nu ik bij SHM werk spreekt het voor zich dat ik veel intensiever met deze data ga werken.

Daarnaast was ik bij mijn vorige baan niet uitsluitend met HIV bezig, maar ook met een groot project dat zich richtte op vijf Afrikaanse landen, het Health Insurance Fund. Binnen dit project hield ik me vooral bezig met studies naar  het implementeren van zorg voor met name ouderdomsziekten, met in het bijzonder hypertensie. Hypertensie en hart- en vaatziekten zijn natuurlijk ook een van de grootste problemen van de langzaam vergrijzende HIV-patiëntenpopulatie in Nederland, zeker omdat wij in Nederland ook veel Afrikaanse patiënten hebben die een aanleg hebben tot het ontwikkelen van een hoge bloeddruk. Op deze manier was er altijd wel een link met de HIV-zorg en het HIV-onderzoek. Maar aangezien mijn primaire interesse toch bij HIV ligt en ik ook al lang betrokken ben bij SHM, was het voor mij geen grote stap om eens te praten met SHM toen er een vacature kwam.

Waar ga je je tijdens je werk bij SHM mee bezighouden?
Ik werkte al veel met data van SHM bij verschillende projecten als het Amsterdamse AGEhIV-cohort en het COBRA-cohort. Hier blijf ik dezelfde functie houden. Daarnaast ga ik me bezighouden met het jaarlijkse Monitoring Report. Eerder werkte ik al als co-auteur mee aan een van de hoofdstukken (HIV-related and non-HIV-related morbidity and mortality), maar nu zal ik zelf de eerste auteur worden van dit hoofdstuk en ook bijdragen aan de andere hoofdstukken.

Waar ik ook naartoe wil, en waar ik de ruimte voor krijg, is meedenken over de data die SHM verzamelt; of de verzameling nog steeds optimaal is gezien de grote veranderingen in de patiëntenpopulatie en behandelmogelijkheden, hoe de kwaliteit van de data verder verhoogd kan worden en welke data belangrijk zijn om te verzamelen. Dat laatste punt verandert natuurlijk. Waar in het begin van het ATHENA-project de nadruk lag op het verzamelen van informatie over het virologische falen van patiënten, is het nu bijvoorbeeld ook belangrijk geworden om te monitoren of de patiënten wel de juiste profylactische medicatie ontvangen voor onder andere de hart- en vaatziekten waar ze een hoger risico op hebben.

Wat wordt je grootste uitdaging bij SHM?
Ik ben altijd erg enthousiast geweest over de database van SHM. Daarom vind ik het ook heel belangrijk dat de database deze kwaliteit en daarmee zijn goede naam blijft behouden. Mijn uitdaging is dan ook om enerzijds te helpen om de database kwalitatief zo goed te houden en anderzijds er ook voor te zorgen dat alles uit de data wordt gehaald wat erin zit door hier kwalitatief goed onderzoek mee te doen dat ook relevant is vanuit het perspectief van de Nederlandse HIV-patiënten en zorgverleners. Dit onderzoek zal ik zelfstandig uitvoeren of in samenwerking met andere landen waar ook soortgelijke cohorten zijn. Aangezien ik het zo leuk en belangrijk vind om dit onderzoek te doen, ben ik blij dat ik nu niet meer als gast zijdelings betrokken ben bij SHM, maar een onderdeel mag zijn van de club.