Interview met NCHIV spreker, Chloe Orkin

ChloeOrkin.JPGChloe Orkin is hoogleraar HIV medicine aan de Queen Mary University in Londen en hiv-behandelaar in het Royal London Hospital. Daarnaast is zij voorzitter van de British HIV Association en vicepresident van de Medical Women’s Federation (UK). Op NCHIV 2019 is Chloe Orkin een van de uitgenodigde sprekers. We spraken haar onlangs om wat meer te horen over haar achtergrond, interesses en waar ze over zal spreken op het congres.

 

Chloe Orkin begon haar opleiding tot arts in Zuid-Afrika waar haar belangstelling voor hiv gewekt werd. ‘Op de afdelingen van het ziekenhuis was de prevalentie van hiv bijna 40 procent, dus ik deed veel ervaring op in het behandelen van mensen met opportunistische infecties. Ook had ik vrienden die hiv-positief waren’, zegt ze. Vervolgens verhuisde Orkin naar Groot-Brittannië om zich verder te specialiseren in hiv. Inmiddels leidt ze een drukke klinische onderzoeksunit op het gebied van hiv en hcv in Londen, die ze zelf 16 jaar geleden heeft opgezet.

Op NCHIV 2019 zal Chloe Orkin een lezing houden met als titel ART: a changing landscape. Voor anti-retrovirale therapie (ART) ligt volgens Orkin in de nabije toekomst het accent op het verminderen van de hoeveelheid medicatie waaraan iemand wordt blootgesteld in de loop van zijn leven. 'Het is iets waar zowel de patiënt als de behandelaar zeer geïnteresseerd in zijn, onder andere door het aantal medicijnen per keer te verminderen of door ze minder vaak te hoeven nemen. Dit zijn de belangrijkste factoren, samen met de nieuwe technieken om antiretrovirale middelen toe te dienen. Denk bijvoorbeeld aan het geven van injecties, aan implantables of langwerkende orale middelen.'

Maar brengt het verminderen van de hoeveelheid medicatie geen risico’s met zich mee? Orkin denkt van niet en wijst erop dat de resultaten tot nu toe veelbelovend zijn. ‘Studies naar twee middelen-regimes zijn inmiddels bekend en laten goede resultaten zien.’

We vroegen ook aan Chloe Orkin welke uitdagingen er te verwachten zijn bij het realiseren van langwerkende ART. ‘De uitdagingen zijn bijvoorbeeld wat er moet gebeuren als mensen een injectie overslaan of hoe om te gaan met de ontwikkeling van mogelijke resistentie. En hoe bewaar je de medicijnen goed op transport naar afgelegen gebieden,de zogenoemde koelketen van medicijnen? Tenslotte wil je erachter zien te komen wie de ideale patiënt is voor een dergelijke therapie.’

Wie ís eigenlijk de ideale persoon om deze behandeling van langwerkende ART te krijgen? Volgens Orkin zijn er nog te weinig gegevens beschikbaar om langwerkende ART aan alle patiënten aan te bevelen. Vooralsnog is de behandeling alleen voor de patiënten uit de onderzoekspopulatie met een hoge therapietrouw. Ze denkt echter dat het interessant zal zijn om het gebruik van langwerkende ART te bekijken bij adolescenten, mensen met een lage therapietrouw en mensen die moeite hebben met het nemen van orale medicatie. ‘Momenteel zijn er geen data over, maar er zijn plannen om daar studies naar te doen’, legt Orkin uit.

Nu er verschillende toedieningsmogelijkheden van ART in ontwikkeling zijn, gelooft Orkin dat we voor de hiv behandeling dezelfde situatie moeten nastreven als voor contraceptie tegenwoordig geldt, namelijk dat er voor iedereen opties zijn op verschillende momenten in zijn of haar leven. Orkin: 'Mensen kiezen misschien voor een optie op een bepaald moment, maar willen later toch een andere optie.'

We ronden het interview af met de vraag wat zij het leukste aspect aan haar werk vindt. 'Wat ik het leukste vind, is om mezelf steeds uit te dagen om met de nieuwste en beste behandeling te komen. Het is belangrijk om niet te veel achterover te leunen en genoegen te nemen met hoe het nu gaat. Ik ben altijd bezig om de kwaliteit van leven van patiënten proberen te verbeteren en ik vind het fijn om in te spelen op wat onze patiënten willen en nodig hebben’, antwoordt ze enthousiast.