Over HIV
Hieronder vindt u vragen en antwoorden over HIV/AIDS en het onderzoek van de Stichting HIV Monitoring.
Wat is HIV?
HIV staat voor: human immunodeficiency virus, lid van de groep met de naam retrovirussen. Het HIV-virus valt het immuunsysteem aan door CD4+ T-lymfocyten (CD4-cellen) te vernietigen. Dit type witte bloedcellen is cruciaal om infecties te bestrijden. Wanneer het immuunsysteem wordt afgebroken wordt het lichaam vatbaar voor levensbedreigende aandoeningen, zoals infecties of kanker. Door meting van het aantal CD4-cellen is de afbraak van het immuunsysteem vast te stellen.
Wat is AIDS?
AIDS staat voor: acquired immunodeficiency syndrome en is een verzameling van ziekten die bij mensen met een normaal werkend immuunsysteem nauwelijks voorkomen. AIDS is de laatste fase van HIV-infectie. Het immuunsysteem van het lichaam is dan niet meer in staat infecties en andere ziekten te bestrijden die gebruikmaken van een verzwakt afweersysteem. Iemand met HIV krijgt de diagnose AIDS wanneer hij of zij te maken heeft met een of meer van deze aandoeningen en/of als hij of zij een gevaarlijk laag aantal CD4-cellen heeft (minder dan 200 cellen per kubieke millimeter (mm3) bloed).
Wat voor type virus is HIV?
HIV is lid van de groep retrovirussen. Binnen deze familie behoort HIV tot de subgroep lentivirussen (‘langzame’ virussen). Bij lentivirussen is er sprake van een lange periode tussen besmetting en het optreden van ernstige symptomen. Vergelijkbare lentivirussen zijn: feline immunodeficiency virus (fiv) bij katten en simian immunodeficiency virus (siv) bij apen.
Wat is RNA?
Bijna alle organismen, ook de meeste virussen, hebben genen die bestaan uit DNA (desoxyribonucleïnezuur). Retrovirussen zijn daarop een uitzondering; hun genetisch materiaal bestaat uit RNA (ribonucleïnezuur). Na het besmetten van een cel gebruikt HIV een enzym (genaamd reverse-transcriptase) om zijn RNA om te zetten in DNA. Een DNA-kopie van HIV-RNA nestelt zich in het DNA van de gastheercel en dan zorgt deze cel ervoor dat nieuw virus-RNA wordt geproduceerd en virusdeeltjes worden gevormd.
Hoe gaat het HIV-virus te werk?
Bij het binnendringen van het lichaam besmet het HIV-virus een groot aantal CD4- cellen en vermenigvuldigt zich snel. Tijdens deze acute primaire infectie verspreidt zich een groot aantal HIV-kopieën (viral load) via het bloed. Organen worden zo besmet, vooral lymfen waaronder thymus, milt en lymfeklieren. Hier vindt vervolgens massaproductie van het virus plaats. In de acute fase van de infectie vertoont 70% van de mensen met HIV griepachtige verschijnselen.
Twee tot vier weken na blootstelling aan het virus vecht het immuunsysteem terug met ‘killer T cells’ (CD8+ T lymphocyte-cellen) en door B lymphocyte-cellen geproduceerde antilichamen. In deze periode dalen de HIV-waarden in het bloed zeer sterk en neemt het aantal CD4-cellen weer toe. De hieropvolgende immuunrespons (afweerreactie) van het lichaam heeft echter maar gedeeltelijk succes. Sommige virussen ontsnappen hieraan en kunnen zich maandenlang, soms jarenlang schuilhouden in geïnfecteerden cellen.
Nu begint de periode van klinische latentie voor de met HIV besmette persoon. In deze fase – die jaren kan duren – treden er niet per se HIV-gerelateerde symptomen op; dit ondanks de aanwezigheid van HIV in het lichaam.
Na verloop van tijd verslechtert het immuunsysteem zodanig dat het lichaam niet meer in staat is om andere infecties te bestrijden. Er ontwikkelt zich AIDS. De HIV viral load in het bloed neemt zeer sterk toe en het aantal CD4-cellen daalt naar gevaarlijk lage waarden (minder dan 200 cellen per mm3 bloed).
De typische relatie tussen HIV-waarden (viral load) en CD4-celaantallen tijdens het beloop van een onbehandelde HIV-infectie is weergegeven in het diagram:
[diagram]
Klinische progressie van HIV
Wat is het verschil tussen HIV-1 en HIV-2?
Er zijn twee typen HIV: HIV-1 en HIV-2. Beide worden overgedragen door seksueel contact, via het bloed of via de moeder op het kind, en veroorzaken AIDS in vergelijkbare vorm. Type HIV-2 lijkt echter minder gemakkelijk overdraagbaar en een langzamer, minder ernstig klinisch verloop te hebben. Wereldwijd komt HIV-1 vaker voor. Het relatief onbekende HIV-2 komt voornamelijk voor in West-Afrika.
Wat is de RNA viral load?
Dit is een maat voor de hoeveelheid virus in het bloed. Op basis van de viral load en de meting van het aantal CD4-cellen kan een goede voorspelling van de ziekteprogressie worden gedaan.
Wat zijn CD4+ cel aantallen en wat betekent dit?
Door meting van het aantal CD4-cellen per m³ bloed is de afbraak van het immuunsysteem te bepalen. Iemand die geen HIV heeft en gezond is, heeft 500 tot 1.500 CD4-cellen per mm³ bloed. De behandeling van mensen met HIV die geen gezondheidsklachten hebben, begint doorgaans wanneer het aantal CD4-cellen tussen de 200 en 300 ligt. Volgens de huidige richtlijnen moet de behandeling beginnen wanneer het aantal CD4-cellen nog boven de 350 cellen per mm³ ligt.
Meer weten?
Meer informatie over HIV/AIDS-gerelateerde onderwerpen is te vinden op onze pagina Handige links.
Bronnen:
- UNAIDS, www.unaids.org
- National Institute of Allergy and Infectious Diseases, www.niaid.nih.gov/topics/hivaids

