Overgevoeligheidsreacties bij switch naar nevirapine 20 maart 2008
Anti-HIV combinatietherapie waarvan nevirapine deel uitmaakt, wordt gebruikt door een groot aantal HIV patiënten in Nederland. Bij het gebruik van nevirapine kunnen gevaarlijke overgevoeligheidreacties optreden zoals ernstige huiduitslag en lever-gerelateerde bijwerkingen. Het is bekend dat patiënten die een hoog CD4 getal hebben op het moment dat zij voor het eerst nevirapine starten, een hoger risico lopen op deze bijwerkingen. Daarom geven de richtlijnen het advies dat in dergelijke gevallen beter voor een andere behandeling gekozen kan worden. Dit advies is gebaseerd op onderzoek bij patiënten die voor het eerst behandeld werden met nevirapine en in het verleden niet eerder andere HIV remmers hadden gebruikt.
Het is onduidelijk of dit behandeladvies ook zou moeten gelden voor patiënten die al wel worden behandeld met andere HIV-remmers en die voor het eerst nevirapine gaan gebruiken. Met SHM gegevens is daar onderzoek naar gedaan, dat op 15 maart is verschenen in het tijdschrift Clinical Infectious Diseases.
|
Publicatie brengt risico's nevirapine in kaart Voor dit onderzoek zijn de gegevens van 3.752 patiënten bestudeerd, die behandeld werden met nevirapine. Hierbij zaten 2.818 voorbehandelde patiënten die gingen starten met nevirapine na het tevoren gebruiken van andere HIV-remmers. Ook was er een groep met 934 nog onbehandelde patiënten, die startten met nevirapine als eerste behandeling. Van deze totale groep van 3.752 patiënten stopte 6,2 % (231 personen) met nevirapine in verband met overgevoeligheidsreacties: 4,9 % kreeg huiduitslag en 1,5 % leverproblemen (NB 0,2% ontwikkelde zowel huiduitslag als leverproblemen).
Net als in studies van andere onderzoeksgroepen, bleek ook uit onze gegevens dat het risico op overgevoeligheidsreacties hoger is bij patiënten die met nevirapine startten bij een hoog CD4 getal, ten opzichte van patiënten die nevirapine startten met een laag CD4 getal. Dit gold zowel voor de voorbehandelde als de therapienaïeve patiënten. Voorbehandelde patiënten met een laag CD4 getal bij de start van hun eerste anti-HIV combinatiebehandeling zonder nevirapine en een hoog CD4 getal op het moment van switchen naar nevirapine, hadden een lager risico op het ontstaan van overgevoeligheidsreacties dan voorbehandelde patiënten die zowel bij de eerste start van anti-HIV therapie als bij een switch naar nevirapine een hoog CD4 getal hadden.
Ook bleken voorbehandelde patiënten met een onmeetbaar lage ("ondetecteerbare") hoeveelheid virus in het bloed ten tijde van de switch naar nevirapine, minder risico te lopen op overgevoeligheidsreacties dan voorbehandelde patiënten waarbij de hoeveelheid virus in het bloed wel meetbaar was. In overeenstemming met andere studies, bleken vrouwen en dan vooral Aziatische vrouwen een verhoogd risico te hebben voor overgevoeligheidsreacties.
Belangrijke nieuwe bevinding van de SHM studie was dat voorbehandelde patiënten met een laag CD4 getal bij de start van de eerste antiretrovirale behandeling en een hoog CD4 getal in combinatie met een onmeetbaar lage hoeveelheid virus in het bloed ten tijde van het switchen naar nevirapine, een kans op overgevoeligheidsreacties hadden die vergelijkbaar was met die bij patiënten die met nevirapine startten met een laag CD4 getal. Dit betekent dat deze groep patiënten relatief veilig naar nevirapine zou kunnen switchen, ondanks het op dat moment hoge CD4 getal. Het onderzoek bevat onvoldoende gegevens om te kunnen stellen in hoeverre dit in dezelfde mate geldt voor mannen en (m.n. Aziatische) vrouwen.
|
Advies voor patiënten Bent u patiënt en heeft u vragen over dit artikel? Dan adviseren wij u om contact op te nemen met uw behandelend arts.
Stichting HIV Monitoring Dit onderzoek is uitgevoerd met behulp van cijfers uit het ATHENA cohort van de Stichting HIV Monitoring. Op de Onderzoekspagina kunt u meer informatie vinden over dit onderzoek.
|
Meer informatie en links Discontinuation of nevirapine because of hypersensitivity reactions in patients with prior treatment experience, compared with treatment-naive patients: the ATHENA cohort study. Wit FW, Kesselring AM, Gras L, Richter C, van der Ende ME, Brinkman K, Lange JM, de Wolf F, Reiss P. Center for Poverty-Related Communicable Diseases, and Department of Infectious Diseases, Tropical Medicine and AIDS, Academic Medical Center, University of Amsterdam, Amsterdam, The Netherlands. Clin Infect Dis. 2008 Mar 15;46(6):933-40.
Pubmed: abstract en gerelateerde artikelen
|
|